Somerset Maugham: schrijver als spion in WO I

De Britten kennen een traditie van schrijvers die voor hun land spioneerden. John le Carré en Ian Fleming (van James Bond) zijn ongetwijfeld de bekendsten, maar ook een Graham Greene werkte een tijdje voor de Britse geheime dienst.
Hun schrijverschap was zeer geschikt als dekmantel. Schrijvers konden in het buitenland waar ze moesten spioneren immers aan een boek werken of als journalist actief zijn.
Een klassieker uit de Britse spionageliteratuur is 'Ashenden' (1928) van William Somerset Maugham (1874-1965). De hoofdpersoon is Ashenden, een schrijver van middelbare leeftijd die tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt gerekruteerd door de Britse geheime dienst om in neutrale Zwitserland (en later in Rusland) te spioneren.
'Ashenden' is zeer autobiografisch. Somerset Maugham heeft zijn leven als spion in Zwitserland alleen wat gefictionaliseerd in de roman. Net als Ashenden was hij een succesvolle schrijver die veel gereisd had en zijn talen sprak.
Bijzonder is de mislukte missie van Ashenden naar Rusland in 1917. De revolutie had de tsaar al verjaagd en een zwakke regering van Alexander Kerensky in het zadel geholpen. De Britten hadden er belang bij dat deze nieuwe regering tegen de Duitsers oorlog zou blijven voeren.
Maar eind 1917, terwijl Ashenden in Rusland is, plegen de bolsjewieken van Lenin een staatsgreep en sluiten de communisten later in maart 1918 tot afgrijzen van de Britten 'de vrede van Brest-Litovsk' met de Duitsers.
Het bijzondere aan 'Ashenden' is dat Somerset Maugham een weinig romantisch beeld van spionage gaf. Afgezien van een paar interessante gebeurtenissen blijkt het beroep van spion meestal een nogal saaie aangelegenheid te zijn.
Daarmee heeft Somerset Maugham in 'Ashenden' een romanfiguur in het spionage-genre geschapen die schrijvers als John le Carré en Graham Greene heeft geïnspireerd.
Oordeel: ****

